"Slechts 10% kans, maar ik zal dit overleven"
2008 was voor Marie-Rose Morel (36) een jaar om nooit meer mee te maken: controversiëler dan ooit in haar eigen Vlaams Belang en verwikkeld in een vechtscheiding van de ergste soort. Onlangs kreeg ze te horen dat ze aan uitgezaaide baarmoederkanker lijdt. Artsen geven haar 10 procent kans. "Dat is weinig maar genoeg" zegt ze. "Ik zal dat overleven. Het kan niet dat ik er straks niet bij ben als Marnix drie kaarsjes uitblaast en Alexander naar het eerste studiejaar gaat. En aan al wie mij van een geheime politieke agenda verdacht, dit is 'm dus: in leven blijven."
Vandaag overweegt ze nog een 'second opinion' over wat haar te doen staat - alsnog opereren of meteen starten met zware chemotherapie - maar de diagnose van de diverse specialisten is eensluitend en loodzwaar: baarmoederkanker in een vergevorderd stadium, met uitzaaingen tot in de lies. Het moet snel gaan, nu. Al lijkt niets minder waar, zoals ze voor me zit: blond, blozend en blakend van levenslust. "Zeg nu zelf, zie ik er niet goed uit?", vraagt ze. Niets aan haar verraadt dat ze door een hel gaat, erger nog dan het vagevuur van vorig jaar.
"Morgen hak ik de knoop door", zegt Marie-Rose Morel. "De ene arts stelt voor om maandag al te beginnen met de zwaarste chemo, tweemaal per week. Opereren is zinloos, zegt die. De andere overweegt wel nog een operatie, maar waarschuwt voor risico's. 't Is een zware, levensbedreigende ingreep. Je hele buik wordt bij wijze van spreken uitgehold. Intuïtief denk ik dan, zoals wel meer mensen in mijn situatie: 'Komaan, doe maar! Haal alles eruit' Weg ermee!' Maar dat is niet noodzakelijk verstandig. Als je door die operatie zodanig verzwakt bent dat je nadien slecht reageert op de chemo, waar sta je dan? Hier is geen goede kant aan. Het is kiezen tussen erger en nog erger."
Eén vraagt stelde ze: hoe haar kansen lagen? Het antwoord bleven de artsen schuldig. "De enige die er een percentage op kleefde, had het over 10 procent, 20 in het meest optimistische geval. Wat doe je dan? Je gooit je wanhopig op het internet. Je wilt het weten. Zekerheid. Waarheid. Baarmoederkanker - niet te verwarren met baarmoederhalskanker - kent vier stadia. Uit de symptomen kon ik perfect opmaken in welk stadium ik zat. Dat was niet hoopgevend. In die tabel stond een cijfer: '10 procent kans dat u over vijf jaar nog hier bent.' Dat lees je dan, zwart op wit. Internet is genadeloos. Genadeloos duidelijk, 10 procent is niet veel, maar voor mij zal het genoeg zijn. Daar ben is van overtuigd. Ik ben jong, ik ben energiek, ik ben wilskrachtig. En ik heb twee jonge kinderen. Dat ga je niet dood." Ze lacht. Maar ze weet: het garandeert me niets.
Waarom zij? Ze heeft het zich afgevraagd, wellicht niet voor het laatst. "Ik ben nooit ziek. Ik rook niet. Ik drink niet, tenzij met mate en met maten. Ik eet gezond, op het belachelijke en het maniakale af. Ja, ik ben afgevallen, de jongste jaren. Vijftien kilogram sinds ik zwanger was van mijn jongste. Dat is veel, maar ik dacht: 't is de stress van mijn scheiding, de stress van het werk. Er was dus meer aan de hand. Slechts weinigen - ook binnen de partij - weten dat ik ziek ben. Op allerlei nieuwjaarsrecepties heb ik op mijn lip gebeten. 'Beste wensen, Marie-Rose. En een goede gezondheid!' De mensen zeggen het zonder nadenken. Ik ben niet gauw van mijn melk, maar ik heb het lastig gehad, telkens als ik dat hoorde. Nu moet ik mijn verhaal wel kwijt. Als ik het nu niet doe, vertelt het verhaal binnenkort zichzelf: dan zien ze me over straat lopen met mijn kale hoofd. (Lacht) Marie-Rose de ijdeltuit! Ik ben al gaan kijken op een pruikensite. Wist je dat er voor chemopatiënten ook opkleefwenkbrauwen bestaan? Ze zullen aan mij een dankbare klant hebben, vrees ik."
Zwarte humor
Haar zwarte humor stoort zelfs haar eigen artsen, zegt ze. "Pech voor die 99 anderen in mijn situatie, lach ik wel eens. Als ik één van de 10 ben die het halen - en dat zal zo zijn - dan rest al de anderen maar 9 procent kans meer. De dokters kijken vreemd op als ik zulke dingen zeg. Ik heb een hekel aan melodrama. Als er dan toch iets sombers te melden valt, dan liever in de vorm van een zwarte komedie. Neen ik speel dat niet. Ik ben zo."
Als een milde, goedaardige vorm van zelfbedrog, zo klinkt haar vrolijkheid. "Misschie. Noem het mijn manier om mijn nervositeit te verbergen. Zo heb ik het altijd al gedaan. Was ik vroeger zenuwachtig voor een examen dat slecht zou aflopen, dan was dat mijn manier om de druk weg te lachen: harde grappen. Dat helpt niet alleen mij, maar ook mijn omgeving, merk ik. Ze zijn niet te tellen, de vrienden die me zeggen dat ik mijn tranen gerust de vrije loop mag laten. 'Toe, Roos, ge moet u niet inhouden. Huil maar eens goed uit.' Maar ik doe dat niet, ik kan dat niet, ik wil dat niet. Als mensen vernemen hoe ziek ik ben, ben ik het meestal die hen troosten moet. Niet omgekeerd."
Niet treuren
Ze is niet dom en niet naïef. Ze weet dat het hardste nog moet komen. "Ik weet het wel: af en toe zal ik mijn rolluiken laten zakken en diep wegkruipen onder mijn deken. Maar ik ga mezelf niet isoleren. Ik ben slecht in zelfbeklag. Ik ga mijn dagen niet treurend doorbrengen op de zetel. Daar ben ik - ziek of niet ziek - niet het type voor. Ik herinner me mijn bevallingen: vier dagen in een kraambed, dt was voor mij al de hel."
Meer dan met zichzelf is Marie-Rose Morel bezig met haar zoontjes van 2 en 5 jaar oud. Sinds 23 december is ze gescheiden - eindelijk, zucht ze. De jongens blijven een week bij hem, een wek bij haar. Met minder wil ze nooit - nooit nog - genoegen nemen. "Hoe leg je aan een peuter en een kleuter uit dat hun mama ernstig ziek is. Zij verkeren nog in de waan dat je stokoud moet zijn om te sterven. Dat het ook hun mama kan overkomen, komt niet bij hen op. Dat hoeft ook niet. Maar het moment komt - en ik kijk er niet naar uit - dat hun mama die mevrouw zonder haar is die daar doodziek in haar bed ligt en hen niet met de fiets naar school kan brengen. 'Neen, schat, niet vandaag, en morgen en overmorgen ook niet.' De gedachte dat is de derde verjaardag van Marnix niet zou halen, is absurd. De gedachte dat ik nooit de dag zou meemaken dat Alexander naar het eerste studiejaar gaat, is ondraaglijk. Dat kan niet. Dat zal niet. Niet met mij, mannekes."
Bron: Het Laatste Nieuws, Jan Segers
Bestuur en mandatarissen Vlaams Belang Schoten reageren met verslagenheid.
Onze fractieleidster en boegbeeld Marie-Rose Morel deelde ons gisteren mee dat ze lijdt aan baarmoederkanker en dat ze voor enkele maanden niet in haar gewone doen zal zijn.
Het afdelingsbestuur is ontzet door dit nieuws en blijft achter met gevoelens van ontsteltenis en treurnis. We wensen Marie-Rose van harte moed, beterschap en herstel. We wensen ook haar kinderen, familie en naasten sterkte en hoop toe.
Marie-Rose zal eender wanneer en op ieder van ons kunnen rekenen tijdens de komende weken en maanden. Strijdbaar als ze is, mag ze deze strijd niet alleen voeren en mag ze deze strijd niet verliezen. Wij staan als één blok achter haar.
Namens bestuur en mandatarissen,
Piet Bouciqué, Voorzitter afdeling Schoten