De transformatie van N-VA
tot een traditionele partij binnen het Belgische kader is compleet

Tom Van Grieken, voorzitter van Vlaams Belang, staat op de vooravond van de Feestdag van de Vlaamse Gemeenschap stil bij 'gemiste kansen' voor Vlaanderen en schetst de toekomst van een onafhankelijk Vlaanderen. 'Een Vlaams-nationalistisch politicus heeft de plicht verder te denken dan de volgende verkiezingen.'

Op de vooravond van 11 juli past het stil te staan bij de gemiste kansen voor Vlaanderen, maar ook een blik te werpen op de toekomst die we zelf kunnen en moeten vormgeven.

Wat het aantal gemiste kansen betreft: die beginnen zich op te stapelen. Inmiddels is de transformatie van de N-VA tot een traditionele partij die binnen het Belgisch kader redeneert compleet.

De N-VA van vandaag lijkt immers in niets meer op de partij die op 25 mei 2014 ruim de verkiezingen won met de belofte om voor verandering te zorgen.

Met als streefdoel 'confederalisme' bleef men toen weliswaar braaf binnen de Belgische lijntjes kleuren, toch durfde men op zijn minst nog het debat voeren over meer autonomie voor Vlaanderen.

Maar eens de ministerposten verdeeld waren, werd al snel vijf jaar communautaire stilstand afgekondigd. De Vlaams-nationalisten die hoopten dat de sterke score van de N-VA als breekijzer zou gebruikt worden voor meer Vlaanderen, kwamen bedrogen uit.

Intussen blaast voorzitter Bart De Wever wat betreft het communautaire nog steeds warm en koud. Waar hij zich eind vorig jaar in de Franstalige krant L'Echo liet betrappen op een slip of the tongue door een voortzetting van de regering Michel te bepleiten zonder communautair programma, stuurde hij begin dit jaar in zijn nawoord in het boek Onvoltooid Vlaanderen zijn boodschap snel bij door toe te voegen dat hij bij onderhandelingen sowieso zijn communautair programma op tafel zou leggen. De realiteit is echter, en dat weet De Wever ook, dat geen énkele Franstalige partij bereid is om zelfs nog maar over confederalisme te onderhandelen. In zekere zin pleit hij hoe dan ook voor een verderzetting van de Zweedse coalitie zoals we die vandaag kennen, waarbij de communautaire omerta heerst.

Een en ander tracht men te compenseren door op een bijna meelijwekkende manier aan te schurken bij Schotland en Catalonië. Ik noem dat projectienationalisme: wat we zelf in Vlaanderen niet denken, durven of doen, gaan we elders gaan toejuichen. Terwijl de N-VA blijft juichen om de successen van Schotse, Baskische en Catalaanse onafhankelijkheidsbewegingen, kleurt men in Vlaanderen wel netjes binnen de lijntjes van het tricolore kleurboek. In tegenstelling tot voorbeelden in het buitenland, durft men in Vlaanderen niet verder denken dan de volgende verkiezingen.

Dat proberen we bij het Vlaams Belang echter nadrukkelijk wel te doen. In mijn boek Toekomst in eigen handen denk ik vooruit en formuleer ik diverse voorstellen om het Vlaanderen van vandaag én van morgen vorm te geven. Want dat is mijn taak als voorzitter van een Vlaams-nationalistische partij. Een louter onafhankelijk Vlaanderen is niet genoeg. 'Wat we zelf doen, doen we beter', poneert men in sommige kringen wel eens. Dat moeten we dan ook waar maken.

Het onafhankelijk Vlaanderen van morgen moet democratischer, efficiënter en transparanter zijn dan het aan België geketende Vlaanderen van vandaag. En we mogen geen schrik hebben daar enige ambitie bij aan de dag te leggen. Grote resultaten hebben immers grote ambities nodig.

Zo zou er moeten nagedacht worden over het vormen van één Vlaamse kieskring. Vlamingen vormen immers één democratie, met één publieke cultuur, mediasfeer en duidelijk gedefinieerde politieke topkandidaten. Het is absurd dat iemand uit pakweg Antwerpen niet op een Vlaams-Brabantse topkandidaat kan stemmen of omgekeerd. Vandaag krijgt het Vlaams Parlement wel eens smalend het verwijt een 'grote gemeenteraad' te zijn. Maar dat is precies het gevolg van de versnippering van het Vlaamse kieslandschap in diverse kieskringen. Politici dienen vandaag namelijk niet namens de gehele Vlaamse gemeenschap te denken en handelen, maar komen er nu maar al te vaak mee weg enkel particuliere belangen in hun eigen kieskring te dienen. Bij het installeren van één Vlaamse kieskring veegt men dit probleem onmiddellijk van tafel.

Ook de minister-president van Vlaanderen moet op een andere manier verkozen worden. De minister-president moet kunnen fungeren als een echte leider, die voor heel Vlaanderen en alle Vlamingen kan spreken. De Vlamingen moeten hun minister-president dan ook rechtstreeks kunnen verkiezen. Vlaanderen moet opteren voor een presidentieel systeem naar Frans model, waarbij de minister-president door een meerderheid in twee verkiezingsronden wordt verkozen. Alleen zo krijgen de Vlamingen een regeringsleider met een rechtstreeks mandaat van de bevolking die zij bij de volgende stembusgang voor het gevoerde beleid kunnen belonen of bestraffen.

Tot slot breek ik graag nogmaals een lans voor volksraadplegingen. Er is een steeds groeiende kloof tussen de Vlamingen en hun politieke vertegenwoordigers. Het vertrouwen in de verkozen politici staat op een dieptepunt. Wil men deze vicieuze cirkel doorbreken, dan moet men de Vlamingen opnieuw aan het woord laten en hen daadwerkelijke politieke macht geven. Door bindende referenda krijgen burgers de kans om politici die lijnrecht tegen hun verkiezingsbeloftes en zelfs het algemeen belang ingaan, terug te fluiten.

Ongetwijfeld zijn er nog tal van andere hervormingen die een aanzet kunnen zijn voor een democratischer en transparanter Vlaanderen waar de politiek dichter bij de mensen staat kunnen zorgen, maar met deze drie voorstellen geef ik graag een eerste aanzet. Zoals eerder gesteld heeft een Vlaams-nationalistisch politicus immers de plicht om verder te denken dan de volgende verkiezingen. Het Vlaanderen van de toekomst belangt ons immers allen aan.

Bron : Knack

10 juli 2017

Ander nieuws


Copyright © 2004-2017 Vlaams Belang Schoten - Alle Rechten Voorbehouden
Webbeheerder : Karel Blockx