Volgende week ondervraagt het Vlaams Belang minister van Binnenlandse Aangelegenheden Keulen over zijn reactie op het Taalmeldpunt in Overijse. Keulen had het over “middeleeuwse praktijken” en noemde het Taalmeldpunt ongrondwettig.
Keulen slaat de bal compleet mis. De gemeente Overijse wil niets verbieden, maar wil enkel een “vriendelijk verzoek” schrijven naar handelaars en bedrijven die weigeren het Nederlands te gebruiken. Daar is niets ongrondwettigs aan. Heel wat andere gemeenten uit onze regio doen al jaren hetzelfde. Zij wijzen de handelaars en bedrijven op het Vlaams karakter van de streek, meer niet. De provincie Vlaams-Brabant heeft zelfs een campagne op het getouw gezet om handelaars aan te sporen het Nederlands te gebruiken. En nu komt Keulen, niet gehinderd door enige kennis van zaken, plompverloren vertellen dat zulks niet kan of mag.
Keulen speelt hiermee regelrecht in de kaart van de Franstaligen, die in dit onschuldig initiatief opnieuw een reden zien om vuurtje-stook te spelen. Blijkbaar wil Keulen, die al langer onder Franstalig vuur ligt onder meer omwille van de burgemeesterskwestie, bij die Franstaligen opnieuw op een goed blaadje staan. Hiermee ondermijnt Keulen welk beleid dan ook dat er op gericht is het Vlaams karakter van de Rand te bevestigen en te verstevigen.
Dat uitgerekend het FDF tegen het Taalmeldpunt te keer gaat, is wel bijzonder cynisch. Maingain is een grote bewonderaar van het behoud van het Franstalig karakter van Québec. In Québec staan boetes op het niet-gebruiken van het Frans door handelaars en bedrijven. Het “Ofiice québecois de la langue française” publiceert zelfs jaarlijks een lijst van de beboete bedrijven. Dat is pas een schandpaal. Maingain zou dus beter zijn mond houden.
In elk geval is het intriest te moeten vaststellen dat een Vlaams minister zich ontpopt tot een bondgenoot van het FDF.
Bart Laeremans, Volksvertegenwoordiger
Joris Van Hauthem, Gemeenschapssenator
Philip Claeys, Europarlementslid & gemeenteraadslid Overijse